Header Website 20160311

Over stilte, onthaasting en tijd nemen aan de universiteit

Mijn actieve carrière als onderzoeker en docent aan de universiteit ligt nu enkele jaren achter mij. Ik ben nu emeritus; eindelijk heb ik nu de tijd en de ruimte die ik tijdens mijn actieve loopbaan dikwijls heb moeten missen, opgejaagd als ik was door de steeds dwingender wordende eis productief te zijn. De productiviteitslogica is in belangrijke mate het universitaire leven binnengedrongen. En met die logica ook een dominante, economische manier van denken over onderwijs en vorming.

In de opvatting van de Europese Commissie zijn universitair onderwijs en onderzoek belangrijke partners in het streven om de Europese Unie te laten uitgroeien tot de meest dynamische en competitieve economie van de wereld. Deze eenzijdige economische oriëntatie is niet alleen een Europese aangelegenheid. Ik merk in mijn internationale academische activiteiten dat dit een quasi universele dynamiek is. Vorig jaar verbleef ik een aantal maanden aan een universiteit in Bangkok. Ook daar trof ik hetzelfde discours aan, niet alleen binnen die universiteit, maar ook bij vele onderzoekers uit de Oost-Aziatische regio met wie ik kennismaakte tijdens mijn verblijf aldaar. Onderzoekers reproduceren, vaak onbewust, dit eenzijdig economische discours, veelal geïnspireerd door beleidsdocumenten van onder meer de Organisatie voor Internationale Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Dit viel me onlangs weer op toen ik, vanuit Bangkok, de vraag kreeg van een onderzoekster of ik haar als expert wilde adviseren bij haar onderzoeksproject over ‘de transformatie van de universiteit naar een instelling van levenslang leren’. Het hele onderzoeksvoorstel was geformuleerd in termen van productiviteit, competitiviteit en dienstbaarheid aan de economie. Levenslang lerende studenten werden erin beschreven als ‘menselijke hulpbronnen die de economie van het land een boost moeten geven’. De lectuur ervan maakte mij ongemakkelijk en plaatste mij voor een dilemma. Inhoudelijk was ik het totaal oneens met de manier waarop de toekomst van de universiteit werd omschreven. Vanuit dit oogpunt leek het me gepast om de rol van expert niet op te nemen. Anderzijds zou dit ook een gemiste kans kunnen zijn. Ik had de onderzoekster leren kennen als een toegewijde, jonge academica met een open geest. Haar nu in de steek laten zou tot gevolg hebben dat ze misschien in deze productiviteitslogica zou blijven steken. Daarom besloot ik om haar uit te dagen en kritische vragen te stellen bij haar onderzoeksvoorstel. Mocht ze deze vragen ernstig nemen, dan zou ik de rol van extern adviseur voor mijn rekening nemen. Anders niet.

Ik schreef haar ondermeer het volgende. ‘Dankjewel voor het toesturen van je onderzoeksvoorstel. Het betreft een belangrijk en relevant thema. Universiteiten moeten zorgvuldig nadenken over hun toekomstige rol in een veranderende samenleving en nieuwe perspectieven ontwikkelen. En ze moeten inderdaad ook reflecteren over hoe ze als instelling kansen kunnen creëren voor de levenslange educatie van volwassenen die hun eerder gemaakte levenskeuzes willen bijsturen. Jouw onderzoek kan bijdragen aan deze noodzakelijke en belangrijke reflectie. Echter, de rol van de universiteit is niet enkel om zich aan te passen aan de veranderende omstandigheden en mensen daarin in te passen. Universiteiten moeten ook, als centra van intellectueel handelen, kritisch nadenken over hun rol en positie in de samenleving en, indien nodig, alternatieve perspectieven en scenario’s ontwikkelen voor de transformatie van die samenleving. Dit houdt in dat de universiteit niet simpelweg het dominante beleidsdiscours volgt, maar dit ook in vraag stelt en probeert alternatieven uit te werken. In mijn ogen zijn universiteiten niet in de eerste plaats plekken die een bijdrage leveren aan de competitiviteit van individuen, ondernemingen en natiestaten, maar vooral plekken van intellectueel onderzoek, reflectie en debat waar kansen worden gecreëerd voor studenten om de rol van verantwoorde burgers en werkers op te nemen.

In mijn ervaring komen volwassenen studenten dikwijls (terug) naar de universiteit, niet in de eerste plaats om hun carrièrekansen te verbeteren (hoewel dit een belangrijke en legitieme wens kan zijn), maar vooral om in hun volwassen leven ruimte te creëren voor reflectie, om stil te staan bij hun eerdere loopbaankeuzes en engagementen in hun privé- en publieke leven. In sommige gevallen was deze intellectuele inspanning het resultaat van een intens ongenoegen over de manier waarop zij zich hadden moeten inpassen in de competitieve race die zo karakteristiek is voor onze hedendaagse samenleving.

Onlangs keerde een vroegere minister van financiën van mijn land, op deeltijdse basis terug naar de universiteit om een masteropleiding in de filosofie af te ronden. Hij had het gevoel dat hij gedurende zijn politieke carrière onvoldoende tijd had gehad om stil te staan bij zijn politieke bezigheden. Hij werd gedwongen om te overleven in de drukte van de alledaagse besluitvorming. De tijd van studie was voor hem een grote opluchting. Het gaf hem de mogelijkheid om zijn leven terug op spoor te brengen en om op zoek te gaan naar een job die beter aansloot bij zijn hervonden aspiraties. Als minister van financiën zou hij wellicht eerder gepleit hebben voor een competitieve en ondernemende universiteit. Vanuit zijn studie-ervaring als volwassen student zal hij nu misschien de universiteit vooral opvatten als een plek waar gezocht kan worden naar waarheid, gerechtigheid en schoonheid. Ik weet dat niet zeker. Dat zou ik hem moeten vragen.

Dit soort vragen kan deel uitmaken van jouw onderzoek. Indien je je kan vinden in deze kritische bedenkingen en je bereid bent hierop een antwoord te formuleren, dan ben ik bereid om je te ondersteunen als expert in de komende periode’.

De volgende dag kreeg ik dit antwoord. ‘Ik ben het volledig eens met je commentaar. Ik heb lang nagedacht over de centrale focus van mijn onderzoek: hoe het principe van levenslang leren integreren binnen de context van het hoger onderwijs. Ik heb nu het antwoord. Ja, ik zal meer belang hechten aan het creëren van ruimtes en kansen voor volwassen studenten om te leren en te reflecteren over hun leven (nu en in de toekomst), als het nieuwe paradigma voor de verantwoordelijkheid van de universiteit. Dank je ook voor de kritische teksten die je me hebt toegestuurd over de maatschappelijke rol van de universiteit. Ik zal ze zorgvuldig bestuderen.’

Uiteraard weet ik niet of en hoe mijn bijdrage dit onderzoek een andere wending kan geven. Ik hoop in ieder geval dat de kleine onderbreking die ik heb veroorzaakt in de vanzelfsprekende reproductie van het economische discours over het hoger onderwijs, een teken kan zijn voor het belang van stilte, onthaasting en tijd nemen, ook aan de universiteit.

Danny Wildemeersch

NIEUWSBRIEF

Regelmatig informeert Waerbeke over de werking van de beweging. Schrijf u in op de nieuwsbrief en blijf op de hoogte!
Please wait

banner Waerbekehuis

Conferentie banner terugblik2017

... en activiteiten via UITdatabank