Header Website 20160311

De macht van de verbeelding

In mijn vorige Waerbeke column ‘Over “de commons” van stilte, rust en ruimte, schreef ik over stilte als publieke kwestie. Onlangs bracht ik deze ideeën ook ter sprake op een symposium aan de universiteit van Gent,  in het kader van het internationaal onderzoeksnetwerk ‘Public Pedagogy and Sustainability Challenges’. Dit netwerk wil gedurende de komende vijf jaar de publieke rol van educatie bestuderen in het licht van duurzaamheidskwesties. Mijn bijdrage aan het symposium had als titel ‘Silence a Matter of Public Concern: Reconsidering Critical Environmental and Sustainability Education’[i]. Ik presenteerde er onder meer het concept van ‘de commons’, als symbool van het verzet tegen de privatisering van collectieve natuurlijke en culturele hulpbronnen zoals water, land, lokale voedselproducten, open ruimte,  genetische codes, folklore, academische kennis, maar eveneens als perspectief van een derde weg, voorbij markt en staat.[ii] Ook stilte hoort in dit rijtje thuis.

Op een positieve manier verwijst de commons naar de collectieve verantwoordelijkheid en de zorg voor de erfenis van de natuur en van de civiele samenleving. Ik begon mijn uiteenzetting met enkele beelden over hoe de ‘verrommeling in Vlaanderen’ om zich heen grijpt en contrasteerde daarmee het concept van stilte, rust en ruimte zoals verbeeld door Waerbeke.

Ik verduidelijkte ook hoe Waerbeke, met haar ‘pedagogie van de stilte’, een bijdrage levert aan de kritische maatschappelijke reflectie over duurzaamheid. Ik verwees daarbij o.m. naar auteurs uit de traditie van de kritische pedagogiek zoals Paulo Freire, maar ook naar filosofische inspiratiebronnen zoals Jacques Rancière en Hannah Arendt. Vooral deze laatste auteur helpt mij momenteel om de betekenis van sociale bewegingen voor de collectieve bewustwording rond maatschappelijke kwesties te duiden. Hannah Arendt is een politiek filosofe die in de nazi-tijd Duitsland ontvluchtte. Ze vestigde zich in Amerika, en verwierf van daaruit internationale bekendheid met haar theoretische werken over ‘De menselijke conditie’, maar ook met haar journalistieke werk. In haar filosofie van ‘het actieve leven’ besteedt ze ook aandacht aan het fenomeen ‘macht’. Ze neemt daarbij een enigszins aparte, tegendraadse positie in die inspirerend kan zijn voor organisaties, zoals Waerbeke, die hedendaagse maatschappelijke kwesties onder de aandacht brengen van het brede publiek.

Macht werd en wordt, zowel in de theorie als in de praktijk, meestal opgevat als het vermogen van individuen, groepen of maatschappelijke systemen om aan anderen (onderdanen, tegenstanders, ondergeschikten) hun wil op te leggen. In deze opvatting heeft macht een negatieve betekenis omdat ze in verband wordt gebracht met processen van onderdrukking, uitsluiting, dwang en geweld. Volgens Arendt gaat het in dat geval niet om macht maar om ‘heerschappij’. Macht daarentegen heeft voor haar een positieve betekenis[iii]. ‘Macht komt overeen met het vermogen niet slechts te handelen, maar in eensgezindheid te handelen’.[iv] Het is het vermogen van een groep of een collectiviteit om een kwestie publiek te maken, of op het publieke domein bespreekbaar te maken. Dat publieke domein noemt ze ‘de ruimte van het verschijnen’. In deze publieke ruimte presenteren mensen zich aan elkaar, spreken met elkaar over wat hen gemeenschappelijk aanbelangt, boeit of bezighoudt. ‘Macht is wat het publieke domein, de potentiële verschijningsruimte tussen handelende en sprekende mensen, in stand houdt. Macht is niets anders dan de cohesie van deze ruimte. Zij houdt deze ruimte in stand door mensen samen te houden of te “organiseren” na het vluchtige moment van de actie, en tegelijk wordt zij zelf levend gehouden doordat en zo lang mensen samen blijven’[v].

In deze betekenis kan Waerbeke worden opgevat als een beweging die macht verwerft, doordat ze erin slaagt op min of meer duurzame wijze, stilte te verbeelden en als publieke kwestie bespreekbaar te maken. Tezelfdertijd is die publieke ruimte ook een educatieve ruimte. Wanneer mensen met elkaar tot spreken en tot handelen komen over het belang en de betekenis van maatschappelijke kwesties zoals stilte, rust en ruimte, dan zijn ze ook educatief bezig. Educatie wordt hier niet opgevat als het overdragen van kennis van de meester op de leerling. Educatie betekent hier het in dialoog onderzoeken hoe we ons, als individuen én als samenleving, willen verhouden tot ‘de wereld’. Een wereld waar we niet voor gekozen hebben, maar waar we toch verantwoordelijkheid voor dragen. En wanneer Waerbeke erin slaagt om mensen in die zin te ‘bewegen’ voor de kwestie van stilte kan ze zowel macht uitoefenen in de samenleving als een zinvolle bijdrage leveren tot kritische milieu- en duurzaamheidseducatie.

Uiteraard riep mijn presentatie over ‘stilte als publieke kwestie’ ook verschillende vragen op. Een belangrijke vraag was hoe (duurzaamheids)educatie zich moet verhouden tot de hoogdringendheid van de grote milieu-uitdagingen van deze tijd. Sommige pedagogen vinden dat educatie zich niet mag laten ‘instrumentaliseren’ onder druk van allerlei urgente maatschappelijke problemen. In deze opvatting bestaat educatie er juist in die maatschappelijke druk te onderbreken of tijdelijk op te heffen. Stilstaan om vooruit te gaan, als het ware. Educatie kent, in deze opvatting, een eigen dynamiek en logica. Ze situeert zich niet in het ‘regime van het nut’, maar in het ‘regime van de zingeving’.  Maar, kan educatie zich wel veroorloven om, tegen de achtergrond van de dringende uitdagingen, de tijd ‘on hold’ te zetten? Het machtsbegrip van Arendt biedt wellicht een perspectief om constructief met dit dilemma om te gaan.  Een educatieve ruimte, waar de druk van buitenaf wordt onderbroken, kan tezelfdertijd een publieke ruimte zijn en bijgevolg een (machts-)factor van betekenis voor het ruimere maatschappelijk debat en de politieke besluitvorming rondom duurzaamheidskwesties. Het loont zeker de moeite om deze spanning tussen educatieve en maatschappelijke relevantie verder uit te diepen.

Nog een andere opmerking van sommige deelnemers aan het symposium is me bijgebleven. Ze ging over de manier waarop Waerbeke stilte lijkt te verbeelden. Is het beeld van de natuur dat Waerbeke schetst niet al te romantisch? Is ‘de natuurlijke omgeving’ van het platteland, waar stilte kan worden beleefd, wel zo vreedzaam en idyllisch als gesuggereerd? Opgemerkt werd dat het platteland op vele vlakken een niet-duurzame plek is geworden. In samenhang daarmee was er ook nog de vraag of dit soort romantische beeldtaal niet vooral de natuurbeleving van een specifiek midden- en hogere klasse van welgestelden aanspreekt. Is stilte niet vooral ‘een beloning voor de rijken’, zoals de maker van de documentaire ‘In pursuit of silence’ zich zelf afvraagt[vi]? Het is best mogelijk dat deze kritische bedenkingen ook werden uitgelokt door de manier waarop ik zelf, in mijn presentatie, dit contrast heb ‘verbeeld’ tussen een verrommeld landschap enerzijds en een idyllisch, natuurlijk landschap anderzijds. Niettemin lijkt mij dit een punt van aandacht, zowel vanuit het perspectief van het onderzoek als van de praktijk van Waerbeke als vormingsorganisatie.  Deze en andere vragen over ‘publieke pedagogie’ zullen zeker op de komende bijeenkomsten van het netwerk ‘Public Pedagogy and Sustainability Challenges’ aan bod komen. Ik denk dat ze ook het publiek van Waerbeke kunnen interesseren. Wordt ongetwijfeld vervolgd.



[i] Danny Wildemeersch (2017). Silence - a matter of public concern: reconsidering critical environmental and sustainability education. Environmental Education Research. Published online, http://dx.doi.org/10.1080/13504622.2017.1301385

[ii] Zie ook: Jef Peeters, red (2015). Veerkracht en burgerschap. Sociaal werk in transitie. Antwerpen: EPO;

[iii] Joanna Macy en Chris Johnstone maken een gelijkaardig onderscheid tussen negatieve en positieve vormen van macht. Enerzijds is er ‘macht over’. Dit is wat Arendt ‘heerschappij’ noemt. Anderzijds is er ‘macht om’, dat is ‘het vermogen om de chaos waarin we zitten aan te pakken’. Zie: Joanna Macy & Chris Johnstone (2016). Actieve hoop. Hoe de chaos onder ogen zien zonder gek te worden. Waarbeke: Waerbeke Fonds.

[iv] Hannah Arendt (2009). Over geweld. Amsterdam: Olympus, p. 67.

[v] Dirk De Schutter en Remi Peeters (2015). Hannah Arendt. Politiek denker. Zoetermeer: Klement.

[vi] In een audio-reflectie met als titel ‘Silence as a Rich Man’s Reward’ antwoordt George Prochnick op deze vraag aan hem gesteld door een vriend die lesgeeft in een middelbare school aan jongeren uit arme gezinnen die nauwelijks in staat zijn om twee minuten stil te zitten, te zwijgen en te luisteren. Prochnick is de maker van de boeiende film ‘In Pursuit of Silence’ (Op zoek naar stilte) die o.m. door Waerbeke in ons land wordt gepromoot. Zijn antwoord op deze vraag is het beluisteren waard: https://soundcloud.com/in-pursuit-of-silence/george-prochnik-on-silence-as-a-rich-mans-reward

NIEUWSBRIEF

Regelmatig informeert Waerbeke over de werking van de beweging. Schrijf u in op de nieuwsbrief en blijf op de hoogte!
Please wait

banner Waerbekehuis

Conferentie banner terugblik2017

... en activiteiten via UITdatabank